Homepage | Het Heilige Land |
| Midden Israël |
| Zuid-Israël |
|West-Israël |
| Noord-Israël |
| Links |
 

AKKO

Akko met zijn 40.000 inwoners ligt aan het noordelijke einde van de inham van Haifa. De plaats behoort tot de havensteden aan de Middellandse Zee die in de Oudheid zowel voor de Romeinen, de christenen als de moslims van belang waren en waarvan de bewaard gebleven architectuur de bezoeker een idee geeft van het historische belang in de verschillende tijden.

Akko is n van de oudste steden ter wereld en is voor het eerst in de Bijbel vermeld als de hoofdstad van de stam Aser. (Richt. 1:31). Het was een Kananietische en later Phoenisische haven, die de toegang van de zee naar de vlakte van Jizrel beheerste. In de 3de eeuw vr Chr. hernoemden de Grieken de stad Ptolemais, en dat was de naam, toen Paulus haar op weg naar Jeruzalem bezocht. (Hand. 21:7).

Gedurende haar lange geschiedenis is Akko door verschillende volkeren bewoond, maar het hoogtepunt van haar roemrijk verleden is ongetwijfeld de tijd van de Kruistochten. In het jaar 1104 veroverde Boudewijn de Eerste de stad, om zich van de zeehaven meester te maken. Hij versterkte haar en zij werd tot n van de belangrijkste steunpunten van het Latijnse Koninkrijk in Palestina. Een nieuwe periode van welvaart brak aan. Akko was de haven voor alle Europeanen die naar het Heilige Land kwamen om het te bezoeken en daar te bidden of om er te vechten. Na de slag bij Hittin gaf de stad zich over aan Saladin. Twee jaar later belegerden de christenen de stad en heroverden haar na zware gevechten. Daar de Kruisvaarders niet in staat waren Jeruzalem opnieuw te veroveren, maakten zij Akko tot hun hoofdstad, waardoor Akko honderd jaar lang een periode van grote bloei doormaakte tot het jaar 1291. In dat jaar belegerde Sultan El Ashraf de stad met een leger van 200.000 man en kreeg de stad in handen. Het leger van de Sultan stak haar in brand en doodde bijna alle inwoners zonder genade. De val van Akko betekende het einde van het 200-jarige Kruisvaardersrijk in Palestina (1099-1291). Akko werd verwoest om het voor westelijke machten onmogelijk te maken ooit voet aan wal te zetten in Palestina.

In het jaar 1775 werd Akko herbouwd en versterkt met verdedigingswerken door een Albanese soldaat, Achmed El Jazzar, die bekend stond als "de Slachter" vanwege zijn wreedheid. In het jaar 1799 belegerde Napoleon Akko, dat verdedigd werd door Achmed El Jazzar en door de Engelse vloot onder het bevel van Sir Sidney Smith. Ondanks alle pogingen was Napoleon niet in staat de stad in te nemen, en daarom trok hij zich naar Egypte terug. Het was het einde van zijn droom van een Oosters keizerrijk. In het jaar 1832 veroverde Ibrahim Pasja van Egypte Akko op de Turken, maar behield het slechts acht jaar, daar hij gedwongen was zich terug te trekken toen de vloten van de Europese bondgenoten van Turkije de stad beschoten. Daarna raakte de stad langzaam in verval en werd tenslotte overschaduwd door het nabije Haifa.

Tegenwoordig bestaat de bevolking van Akko uit joden, hoofdzakelijk nieuwe immigranten, en kleine mohammedaanse en christelijke gemeenten. Runes uit de tijd van de Kruisvaarders en de Turken zijn de enige overblijfselen van de lange bewogen geschiedenis, waarin 17 belegeringen plaats vonden. Het belangrijkste overblijfsel uit de tijd van de Kruisvaarders is de Crypte van de Apostel Johannes, die naar men aanneemt de banketzaal van de Johannieter Orde was. Uit de Turkse tijd bestaat nog de Citadel, een bolwerk dat gebouwd is om de stad tegen aanvallen vanaf de zeezijde te beschermen. Een ander belangrijk overblijfsel uit de Turkse tijd is de moskee van Achmed El Jazzar, die boven de runes van een Kruisvaardersbasiliek gebouwd is en als de grootste en fraaiste moskee in Isral beschouwd wordt. Naast de moskee staat een gebouw met twee koepels, waar Achmed El Jazzar en zijn opvolger Suleiman Pasja begraven zijn.

Bezienswaardigheden

In de ommuurde oude stad staan de grote bezienswaardigheden uit de tijd van de kruisvaarders en de Turken. Het Akko uit de Oudheid ligt 3 km zuidelijker (Tel el Fukhar).

El Jezzar-moskee

De El Jezzar-moskee is het Arabische symbool van de stad. Achmed el Jezzar heeft haar tussen 1780 en 1790 op de runes van de Kerk van het Heilige Kruis laten bouwen. Wereldberoemd is deze moskee, niet vanwege haar streng islamitische architectuur, maar door de legendarische 'Baard van de Profeet' die nu nog in menige vloek voorkomt. Hier worden namelijk drie baardharen bewaard die op de 27ste dag van elke ramadan aan de gelovigen worden getoond. In de schaduwrijke binnenhof van de moskee staan de sarcofagen van Achmed el Jezzar en zijn stiefzoon Suleiman.

Khan el Umdan

Aangezien Akko voor Palestina een poort van de zee naar het land en omgekeerd was, ontstond er een grote behoefte aan herbergen voor de reizigers. Een van deze grote herbergen, 'de Herberg voor Karavaanreizigers', werd in 1790 door Achmed el Jezzar gebouwd. Rond de grote met arcaden omgeven binnenhof lagen de stallen en in de galerijen van de bovenverdiepingen waren de verblijfsruimten.

Onderaardse kruisvaardersstad

De belangrijkste bezienswaardigheid van Akko ligt onder de grond: de vestingstad der kruisvaarders. De johannieters hebben Akko tot de militaire hoofdstad van het rijk van de kruisvaarders en tot een onneembare vesting gemaakt. Onder de geweldig grote en van ver zichtbare citadel, die in de 18de eeuw door Achmed el Jezzar werd gebouwd, ligt het centrum, de zogeheten crypte. Deze onderste verdieping diende als eet- en ceremoniezaal. Van hieruit lopen er vrij grote gangen naar verschillende vestingsruimten en een 65 m lange tunnel naar het pelgrimsziekenhuis. Toen Isral onder Brits mandaat viel, was de vesting een gevangenis. In de citadel is het Museum van het Heldendom gevestigd.

Verdedigings- en vestingswerken

De kruisvaarders hebben Akko aan de land- en zeezijde met een dikke muur en een aantal wachttorens versterkt die de Turken in de 18de eeuw voor eigen verdediging weer herstelden. Drie van deze torens zijn de moeite van het bekijken waard:

Deze westelijke toren, de belangrijke Burj el Sandak, is het verst in zee gelegen vestingwerk. Hij deed dienst als vuurtoren en beschermde de haven. Dit imposante bolwerk van de kruisvaarders was van de orde van de tempeliers.

Vanaf deze torens hebt u een mooi uitzicht over de stad. De grote bres in de muur tussen de Burj Kureijim en de Burj el Sandak is door een aardbeving in 1837 en niet door gevechtshandelingen ontstaan.